Krioyo betekent creools in het Papiaments. Zo noemt Curaçao zijn lokale keuken, gegroeid uit vier eeuwen ontmoetingen: de stoofkunst van West-Afrika, de kazen die de Nederlanders meebrachten, de erfenis van de Sefardische gemeenschap die zich hier in de zeventiende eeuw vestigde, en producten uit het nabije Zuid-Amerika. Het resultaat doet niet aan poespas: gulle borden waarop stoofvlees en maïspolenta elkaar vinden. Dit zijn de gerechten die je wilt kennen voor je aanschuift.
Stobá, de gestoofde ziel van het eiland
Stobá is het fundament van de krioyo keuken: vlees dat urenlang suddert met ui, tomaat en kruiden, tot de saus diep en vol wordt. De bekendste versie is kabritu stobá, met geitenvlees, dat door het lange stoven botermals wordt. Je vindt hem ook met rund (karni stobá), en soms maakt wat pompoen of wortel het geheel iets zoeter. Er komt vrijwel altijd funchi of rijst bij, zodat er niets van de saus verloren gaat.
Keshi yena, erfgoed in een kaaskorst
Keshi yena (gevulde kaas, in het Papiaments) geldt vaak als het nationale gerecht: een korst van edammer of goudse kaas, gevuld met gekruide kip, olijven, kappertjes en rozijnen, en daarna gebakken in de oven. Het gerecht zou stammen uit de slaventijd, toen weggegooide kaaskorsten met restjes werden gevuld tot een volwaardige maaltijd. Uit noodzaak geboren, uitgegroeid tot de trots van het eiland: je vindt het tegenwoordig bij lokale eethuizen én op hotelkaarten.
Funchi, pastechi en arepa di pampuna
Drie namen om te onthouden, van ontbijt tot tussendoor:
- Funchi, een stevige maïspolenta, hoort bij stobá en gegrilde vis; gefrituurd in staafjes is het een gevaarlijk lekker hapje.
- Pastechi, een gefrituurd deegflapje gevuld met kaas, kip of tonijn, is hét lokale ontbijt, vroeg in de ochtend aan de balie van een snèk. Het is ook de traktatie die je op je verjaardag mee naar kantoor neemt.
- Arepa di pampuna, een pompoenpannenkoek met kaneel en nootmuskaat, vaak met rozijnen, eet je zoet bij het ontbijt.
Pika en batido, op tafel en in het glas
Op bijna elke lokale tafel staat een pot pika: uien en pepers, vaak Madame Jeanette, getrokken in gezouten azijn. Je lepelt er naar smaak van, met beleid, over stobá en vis. Om alles weg te spoelen is er de batido: een ijskoud sap, op bestelling gemixt met vers fruit, mango, papaja, tamarinde of zuurzak, met water of melk, afhankelijk van de vrucht. De beste haal je bij kleine snackbars en foodtrucks langs de weg.
Waar proef je dit alles
Het eerste adres is Plasa Bieu, de oude markt van Willemstad: onder een markthal in Punda serveren lokale kokkinnen stobá, gebakken vis en funchi, alleen tussen de middag, grofweg van eind van de ochtend tot halverwege de middag, voor zachte prijzen. Kom op tijd, de pannen zijn snel leeg. Voor een brunch met lokale inslag op een boerderij ga je naar Hofi Cas Cora, in het binnenland van Willemstad. Helemaal in het westen serveert het restaurant bij Playa Forti lokale gerechten met zicht op zee, in Westpunt. En wie verder wil kijken, bladert door onze restaurantselectie.
- #Cuisine Krioyo
- #Gastronomie
- #Plats Locaux